Martin Evers en Esther Lieben
Veiligheidsregio Haaglanden en de NAVO-top: ‘Dienstbaar aan onze veiligheidspartners’
Verschillende disciplines keken in het vakblad Crisismanager al terug op de NAVO-top. Als afsluiting van deze reeks spreken we algemeen directeur Esther Lieben en directeur Risicobeheersing Martin Evers van Veiligheidsregio Haaglanden. Een belangrijke positieve les: “Laat complexe veiligheidsoperaties voorbereiden door dezelfde mensen die hem ook moeten uitvoeren.”
Verrast waren Esther Lieben en Martin Evers niet, toen een jaar vóór de NAVO-top 2025 duidelijk werd dat Den Haag gaststad zou worden. “Den Haag staat bekend als dé stad van het internationaal recht en veiligheid en huisvest heel veel internationale instituties”, begint Martin. “Elf jaar eerder vond de Nuclear Security Summit ook al plaats in het Haagse World Forum. Den Haag was dus in alle opzichten een logische keuze.
Maar de wereld is sindsdien wel veranderd, met een grotere geopolitieke dreiging en meer polarisatie en extreem activisme in eigen land. Dat speelt natuurlijk mee wanneer je je als veiligheidsregio met je crisisstaven een beeld probeert te vormen van mogelijke scenario’s die zich kunnen voordoen. We zijn in Den Haag heel wat gewend, met honderden demonstraties per jaar en we hebben een professionele organisatie met veel kennis en ervaring, maar de druk en de impact van de top op de stad en op onze eigen organisatie was toch fors.”
‘Ken je plek’
Esther benadrukt dat de veiligheidsparagraaf rond de NAVO-top in hoofdzaak een aangelegenheid was voor de politie en haar partnernetwerk van specialistische intelligence-, handhavings- en bewakingseenheden. Maar ook de veiligheidsregio had zijn rol, met specifieke eigen taken en bevoegdheden. Zoals de brandveiligheid op en rond de congreslocatie en de bereikbaarheid van Den Haag en omstreken voor de hulpverlening in een situatie met talrijke afsluitingen, omleidingen en veiligheidszones. Hoe vond de veiligheidsregio in dat complexe speelveld van diensten zijn plek?
Esther: “Wij hebben ons in de multidisciplinaire voorbereiding ‘dienstbaar’ opgesteld naar de andere veiligheidspartners. Het was een ingewikkeld speelveld met zoveel betrokken partijen: gemeenten, politie, Defensie, NCTV, inlichtingendiensten, ministeries, Rijkswaterstaat. Wij schoven als veiligheidsregio aan bij veel overleggen. In de wetenschap dat het bij veiligheid rond zo’n politiek gewichtige en gevoelige top vooral aankomt op de kolom openbare orde-handhaving-bewaking. Maar er werden wel crisisscenario’s voorbereid, getraind en geoefend waarbij ook brandweer, GHOR en ambulancezorg hun rol hebben in de opschaling. Dan gaat het onder andere om specialistische teams, zoals de bovenregionale CBRN-ontsmettingseenheden en het Quick Response Team voor redding van slachtoffers in geweldssituaties. We moesten overal op zijn voorbereid, dus verspreid over de regio hadden we onze basisparaatheid versterkt, specialistische teams klaarstaan en onze eigen crisisorganisatie opgetuigd.”
Back-up
Martin vult aan: “Onderdeel van die opgeschaalde crisisorganisatie was dat we ook zorgden voor optimale redundantie. Voor het CoPI en het Regionaal Operationeel Team waren uitwijklocaties ingericht en ook qua techniek, informatiemanagement en communicatie hadden we extra capaciteit en back-up geregeld. Bij een evenement waar de verwachtingen qua veiligheid zo hoog gespannen zijn, kan je het niet hebben dat de communicatie op een cruciaal moment hapert of overbelast raakt.”
In de voorbereiding van die back-up en redundantie deed Martin met zijn staf wel een ontnuchterende ontdekking. De nationale noodcommunicatievoorziening (NCV) die in de jaren ‘90 is ingevoerd om in crisistijd de communicatie tussen regionale en nationale crisispartners te garanderen, bleek deels onbruikbaar. “Veel aansluitingen zijn simpelweg verdwenen omdat ze nooit werden gebruikt. We kwamen daarachter toen we de uitwijklocatie voor ons operationeel team en beleidsteam controleerden op aanwezige voorzieningen. Daar hebben we alsnog met voorrang extra communicatielijnen laten aanleggen. Het lijkt mij goed om in onze preparatie op weerbaarheid bij crises de staat van de noodcommunicatievoorziening eens op grote schaal onder de loep te nemen.”
Hulpverleningsstation
Een bijzondere ervaring voor de brandweerkolom en de Regionale Ambulancevoorziening Haaglanden was het waarborgen van de incidentbestrijdingstaken op het terrein van het World Forum binnen de hermetisch gesloten veiligheidsbarrière. Bij incidenten waarvoor brandweerhulp of medische zorg nodig zou zijn, was de inzet van reguliere hulpverleningseenheden van buitenaf uitgesloten.
Martin: “Alle menskracht en materieel voor een eventueel noodzakelijke eerste incidentrespons op het terrein bevond zich tijdens de top óp het terrein, in een tijdelijk hulpverleningsstation. Bij elkaar circa vijftig personen: twee basisbrandweereenheden, een hoogwerker, officier van dienst en hulpverleningsvoertuig, evenals twee ambulances en bemensing voor een compleet Commando Plaats Incident. Alle voertuigen en materieel ondergingen vooraf een volledige veiligheids- en bomcheck en al het personeel werd gescreend en voorzien van accreditatie. Deze stringente veiligheidscheck was voor ons personeel wel even wennen, maar iedereen begreep de noodzaak. En de veiligheidsmaatregelen in onze eigen organisatie gingen nog verder, want gedurende de top en de week voorafgaand eraan waren ook al onze gebouwen en brandweerkazernes gesloten voor buitenstaanders om ieder risico van ongewenste aandacht te vermijden. Als je als brandweer onderdeel bent van de veiligheidsketen rond de top is het logisch dat je ook onder een verzwaard securityregime valt.”
Brandveiligheid
Naast de voorbereiding van de incidentrespons richt de veiligheidsregio zich met haar afdeling Risicobeheersing ook op de linkerkant van de veiligheidsketen. Dat bleek tijdens de top wel ‘een dingetje’. Esther: “Terwijl de politie gaat over alles rond beveiliging en openbare orde, kijkt de veiligheidsregio primair naar de fysieke veiligheid, waaronder ook de brandveiligheid. Rond het World Forum verrezen allerlei bouwwerken, waaronder een tijdelijk gebouw waar delegatieleden en media hun werk konden doen. Daar hebben we nog wel wat zorgen over gehad qua brandveiligheid.
Je wil dat goed geregeld hebben bij zo’n belangrijke top met duizenden mensen die dagenlang in het World Forum en de tijdelijke gebouwen werken, dus moet er voor die tijdelijke bouwwerken wel een gebruiksvergunning zijn, met daaronder een degelijk advies op brandveiligheid. Dat had de organisatie van de top niet goed op het netvlies en optimaal waren de brandveiligheidsvoorzieningen niet. Maar met een maatwerkoplossing hebben we onder de gegeven omstandigheden het best mogelijke veiligheidsniveau kunnen realiseren.”
Hotels
Ook de hotels waar de buitenlandse regeringsleiders en hun delegaties verbleven, kregen extra aandacht, vanwege de complexe balans tussen persoonsbeveiliging en brandveiligheid. Martin stelt vast dat in de aanloop naar de top door de verantwoordelijke veiligheidsdiensten op stadsplattegronden wel erg gemakkelijk ‘veiligheidszones’ rond hotels werden getrokken om de regeringsleiders maximaal af te schermen en te beveiligen. “Maar zij stonden er niet bij stil dat rond die hotels ook gewoon mensen wonen en dat we bij incidenten in die wijken met onze eenheden die locaties wel moeten kunnen bereiken. Net als de hotels zelf, die intern soms compleet werden verbouwd met het oog op de veiligheid van de hoge gasten. Daarom was het goed dat we als brandweer aan tafel zaten om te adviseren over brandveiligheidsissues en bereikbaarheid voor hulpverleners.”
Bij het waarborgen van de bereikbaarheid van Den Haag en plaatsen langs de rijroute van de delegaties vanaf Schiphol, had Veiligheidsregio Haaglanden ook een belangrijke adviesrol, ter ondersteuning van de gemeenten. Essentieel was volgens Esther en Martin dat de gemeenten langs de route bereikbaar zouden blijven voor spoedeisende hulpverlening. Vooral voor Wassenaar was dit een uitdaging omdat het hele dorp als gevolg van de afsluiting van de A44 achter een barrière lag. Maar wel een barrière die tussen de passerende delegaties door af en toe open ging en waarvoor een procedure was voorbereid in geval van een noodzakelijke passage door brandweer of ambulancedienst. Twee keer moest die procedure daadwerkelijk worden gebruikt, toen een ambulance met spoed naar een melding in Wassenaar moest en toen er een brand in Wassenaar was.
Ervaringen en lessen
Welke lessen en ervaringen neemt Veiligheidsregio Haaglanden mee na de geslaagde veiligheidsoperatie, waarbij de voorbereide crisisstructuur gelukkig niet daadwerkelijk in actie hoefde te komen? Esther: “Een belangrijke ervaring voor mij is dat we ons als veiligheidsregio dienstbaar hebben opgesteld. Alle disciplines vinden dat zij ‘ervan zijn’, maar je moet je wel concentreren op die zaken waarvoor je als dienst verantwoordelijk bent. En in het multi-overleg met alle betrokken partners moet je op elkaars kennis en kunde vertrouwen. Daar hebben we in Haaglanden gelukkig een lange traditie in, dankzij de langjarige samenwerking met politie, mobiele eenheid, Defensie en andere disciplines, bij belangrijke gebeurtenissen zoals Prinsjesdag en grote demonstraties. We weten elkaar goed te vinden en spreken dezelfde taal.”
Martin beaamt dit en wijst op het belang van het op orde hebben van de basis van de crisisorganisatie met goede mensen op de juiste plek. “We hebben binnen onze eigen organisatie veel kennis en kwaliteit zitten en veel ervaring met het draaien van crisis- en veiligheidsstaven. Essentieel vind ik dat de voorbereiding van een veiligheids- of crisisbeheersingsoperatie wordt gedaan door dezelfde mensen die ook zitting hebben in de crisisstaven voor de uitvoering. Dan heb je zo min mogelijk overdrachtsmomenten en dus zo min mogelijk informatieverlies. Zo hebben we met elkaar gewerkt tijdens de NSS-top en ook tijdens de coronacrisis. Van al die opgebouwde kennis en ervaring hebben we tijdens de NAVO-top de vruchten geplukt.”

